De Parisienne

André Van Butsel · Chapitre 14 sur 40

Pages du PDF

De Parisienne

Chapitre 10

 

Où es tu, que fais-tu

Est-ce que j’existe encore pour toi

Joe Dassin – L’été Indien

 

‘Jij achterin!’ zei René bij het instappen. Klaas gehoorzaamde zonder tegenstribbelen.

Claudia kwam hen achternagelopen. Ze overhandigde een briefje aan René met een telefoonnummer. ‘Je mag altijd bellen,’ zei ze.

‘Wat lief van je.’

‘Wacht.’ Bianca nam een visitekaartje van Vereenooghe Transport uit het handschoenkastje, schreef er haar eigen telefoonnummer op en gaf het aan Claudia.

‘Dank u.’ Ze omhelsde René en fluisterde: ‘ik ben zo blij dat je langskwam. Ik hoop dat je Gina vindt.’ Daarna liep ze terug. Sophia wachtte haar op aan de voordeur.

 

‘Het godverdommese loeder,’ zei René onderweg, ‘ze is nog geen haar verbeterd.’

‘Wel wel, onze Romeo heeft onvermoede connecties,’ zei Klaas, ‘de oogverblindende grietjes vallen je met bosjes om de hals de laatste tijd. En dan hebben we de mooiste nog niet gezien. Ik verlies je geen minuut meer uit het oog.’

‘Wat word ik daar hartstikke blij van!’

Bianca legde een hand op zijn dij. ‘Rustig, René.’

‘Wat een smerig kreng.’

‘Juffrouw Bianca, voor ik het vergeet, mag ik ook jouw telefoonnummer? Dit wordt een top secret opdracht op leven en dood. Communicatielijnen zijn van levensbelang. We moeten op elk moment van de dag in verbinding staan met elkaar.’

‘Juist, hoewel je duidelijk te veel naar James Bond hebt gekeken.’ Ze dicteerde Klaas haar nummer.

‘Thanks, Miss Moneypenny. You look gorgeous today.’

‘Flattery will get you nowhere … but don’t stop trying.’

‘Je stijgt met de minuut in mijn achting.’

René schreef Bianca’s nummer bij op het briefje dat hij kreeg van Claudia.

‘Claudia wil actie,’ zei Klaas, ‘maar die Sophia is een verrekt pittige opdonder.’

‘Altijd al een loeder geweest. Ze verzwijgt iets.’

‘Wel René, wat is het plan?’ vroeg Bianca.

‘Ik ga naar Parijs. Ik vergeef het me nooit als ik niets heb ondernomen.’

‘Groot gelijk,’ zei Klaas, ‘ik ga mee.’

‘Geen sprake van. Ik ga alleen.’

‘Dan kunnen we volgend jaar naar jou op zoek. Morgen nemen we de trein.’

‘Nee. Ik ga liften.’ Hij draaide zich om naar Klaas. ‘Alleen!’

‘Ken je voldoende Frans?’ vroeg Bianca.

‘Ik red me wel.’

‘Sta dit niet toe, Bianca. Jullie zijn toch een stel?’

Ze nam Renés hand: ‘Jij beslist, schat.’

‘Ik ken Gina het best.’

‘Houd hem tegen of u ziet hem nooit meer terug. De stoethaspel verkloot gewoon alles. Hij is zo ontzettend mesjogge dat hij zelfs de juiste campus niet vindt als hij les heeft. Ooit breekt hij een vinger in zijn eigen neusgat.’

‘Ik heb een ideetje,’ zei Bianca, ‘ik stond altijd op goede voet met de truckers bij Vereenooghe. Ik weet wie geregeld op Frankrijk rijdt. Ik doe eens rondvraag. Als je met iemand meekan, ben je direct een eind op weg.’

‘Dat noem ik nou constructief denken. Eigenlijk zou jij beter dat meisje gaan zoeken.’

‘Ik moet moeder inlichten,’ zei René, ‘ik heb geld nodig.’

‘Heb je geen bankrekening dan?’ vroeg Klaas.

‘Nee, alleen een spaarboekje, voor als ik trouw.’

‘Daar is weinig hoop op. Haal het eraf.’

‘Moeder gaat nooit akkoord.’

‘Geld is geen probleem,’ zei Bianca, ‘ik geef je wel wat.’

‘Dan gooi ik er wat bovenop.’

‘Jullie zijn veel te goed.’

‘Zo hoor ik het graag,’ zei Klaas.

Bianca hield halt op de Zuid. Klaas had goesting in friet. René wilde ook uitstappen, maar ze greep zijn hand. ‘Blijf bij mij vannacht.’

Ergens weerklonk de Eroica van Beethoven.

 

Na het avondeten en wat plaatjes luisteren, gingen ze naar bed om vol passie te offeren aan Venus. Daarna genoten ze van een gezamenlijke douche.

Later, in bed, kroop ze dicht tegen hem aan. ‘Zal je nog van me houden als je Gina vindt?’

‘Natuurlijk.’

‘Misschien word je opnieuw verliefd op haar.’

‘Misschien heeft ze een echtgenoot die me terug mept naar België.’

‘Het is niet logisch dat ze nooit iets van zich liet horen. Parijs is het einde van de wereld niet. Waarom stuurde ze nooit een brief? Waarom belde ze nooit? Waarom kwam ze niet terug?’

‘Iets moet haar hebben tegengehouden.’

‘Mag ik eerlijk zijn? Ik vrees dat ze in nesten zit. Gevallen op foute vrienden. Een foute man.’

‘Nu ga je zelf uit van het ergste.’

‘Ik wilde de meisjes niet ongerust maken.’

‘Ik hoop dat je je vergist. Gina redt zich wel.’

Ze lachte. ‘Wat een poer zat er in dat meisje. Hoe ze me destijds de kast op joeg met haar filmsterren.’

‘Je weet het nog. Het waren dan nog niet eens de hare. Het waren mijn plaatjes.’

Ze schudde glimlachend het hoofd. ‘Vreemd hoe jullie vrienden werden. Jullie zijn zo verschillend.’

‘Is het niet meestal zo? Tegenpolen? Yin en Yang.’

‘Ja, alleen ben ik Yang nog niet tegengekomen.’

‘Ik ben toch je Yang?’

‘Wie zal het zeggen.’

 

OceanofPDF.com