De Parisienne

André Van Butsel · Chapitre 35 sur 40

Pages du PDF

De Parisienne

Chapitre 24

 

She said it grieves me so to see you in such pain

I wish there was something I could do to make you smile again

Paul Simon – 50 ways to leave your lover

 

Tijdens de terugreis naar Oudenaarde genoot hij van het glooiende landschap, de bruine cafeetjes, de bakstenen stationnetjes, de veldkapelletjes met bloemenruikers, de weiden met zwartbonte koeien, de akkers met oogstrijpe gerst, de bosjes waar het ’s zomers zo koel was, de kasseiwegeltjes waar fietsen een hel was, de kerken en stadhuizen die al dat moois sinds eeuwen bewaakten. Zijn Vlaamse Ardennen. Ze zagen er zo lieflijk uit nu. Alsof elke boom en struik fluisterde: ‘Welkom terug.’

Hij at een banaan met een laatste stuk stokbrood. Hoe verder hij verwijderd raakte van de Vikingstraat, hoe verbaasder hij werd over de voorbije trip en de redding van Gina vanonder de terreur van Akil Elizondo. En dan was er nog een ander wonderlijk fenomeen. Hoe harder hij zijn best deed om zich de mooie momenten met Bianca voor de geest te halen, hoe meer Gina er doorheen flaneerde. Dat verliefde gevoel van acht jaar geleden was helemaal terug, alleen heviger, onstuimiger, onbedwingbaar. Hij hoopte dat alles terug in de plooi zou vallen zodra hij Bianca in de armen sloot.

Bij het verlaten van het station in Oudenaarde bleef hij staan, als een baken tussen drommen haastige forenzen uit de hoofdstad. Hij keek naar de hemel en snoof lang en diep door zijn neus. De lucht had iets vertrouwelijks, iets intiems, iets waar alleen hij van genoot. Hij vertrok te voet naar de rand van de stad. Daar stak hij zijn duim omhoog. Met meer dan duizend kilometer liften op de teller, konden die laatste er ook nog bij.

 

Moeder lag te suffen voor de tv. Ze schoot recht. ‘Wie is daar?’

‘Ik. Wie anders.’

Ze greep naar haar hart, stond op en liep naar hem toe. ‘Je bent thuis. Ik vreesde je nooit meer terug te zien. Kom hier, verloren zoon van me.’ Ze omarmde hem, knipte de tv uit en nam likeurglazen en een fles elixir uit het barmeubeltje. ‘Kom mee naar de keuken.’ Ze goot de glazen tot de rand vol. ‘Wat ben ik blij je terug te zien.’

‘Proost. Ik ben zelf ook blij.’

‘Genoten van de vakantie?’

‘Zeker.’

‘Is Gina terecht?’

Hij knikte. ‘We vonden haar in Spanje.’

‘Ongelooflijk. Zo ver? En jij? Heb je jezelf teruggevonden?’

‘Ja.’ Hij tikte tegen zijn hoofd.

Ze lachte. ‘Vooruit. Vertel op.’

Hij gaf een verslag over zijn wedervaren. Mira’s ogen groeiden met de minuut en toen hij eindelijk zweeg, keek ze zoals de Bijbelse Marta ooit moest hebben gekeken toen haar broer Lazarus uit zijn graf kroop. ‘Als ik het goed begrijp, kreeg je het aan de stok met een kinderlokker, ging je op de vuist met een straatvechter, zat je in een Spaanse gevangenis, werd je bont en blauw geschopt door een terrorist en lag je in de kliniek met een hersenschudding en een afgekloven sleutelbeen.’

‘Als je het zo stelt.’

‘Dat is geen vakantie maar een veldslag.’

‘Er waren ook mooie momenten. Gina maakte veel goed.’

‘Hoe stelt ze het?’

‘Ze mag me nog altijd graag. Ze kon haar ogen niet geloven toen we voor haar stonden. In Parijs kende ze een mooie tijd. De jaren in Spanje moeten een hel zijn geweest. Ze komt er wel bovenop. Denk ik. Ze schijnt een uitstekende modeontwerpster te zijn.’

Mira ging naar het aanrecht en peuterde een brief vanonder een kluit papier. ‘Ik schreef me in voor een reis naar Lourdes.’

‘Lourdes? Heb je je bekeerd?’

‘Tuurlijk niet.’

‘Geloof je die zever met dat gewijde water?’

‘Doet het geen goed, het doet ook geen kwaad.’

‘Ma, ze bidden de hele weg.’

‘Ik lees wel de krant ondertussen.’

‘Waarom ga je niet naar Tirol?’

‘Veel te duur.’

‘De eminentste geus van de parochie tussen een troep biddende nonnen. Van een zwart schaap gesproken.’

‘We steken ook even de grens over naar Spanje.’

‘Blijf daar weg. Het is er gevaarlijk.’

‘Een bus pilaarbijters laten ze wel met rust.’

Hij likte het laatste druppeltje elixir uit zijn glas. ‘Nu ja, je bent nog nergens geweest. Het wordt vast een mooie uitstap.’

Ze snuffelde aan zijn kleren. ‘Waar sliep je? Onder bruggen?’

‘Ik ga dadelijk in bad.’

‘Maak eerst je rugzak leeg.’

‘O ja, voor ik het vergeet. Ik heb nog iets voor jou.’ Hij scharrelde in de rugzak en gaf haar de tweede Eiffeltoren.

‘Wat mooi.’ Ze plaatste het kleinood op de radio.

‘Eerst even bellen.’ Hij ging naar de telefoon en draaide het nummer van Bianca.

Geen verbinding.

Daarna dat van Klaas, met hetzelfde gevolg.

‘Mag ik morgen de wagen?’

‘Ja. Als je voorzichtig rijdt.’

 

Direct na de middag maakte hij zich klaar om te vertrekken.

‘Wanneer kom je deze keer naar huis?’ vroeg Mira.

‘Tegen het avondeten.’

Onderweg naar Menen bekroop hem het gevoel op weg te zijn naar een slangenkuil. Het beviel hem langs geen kanten, dit hele idee om een bezoek te brengen aan de vriendin die hij veertien dagen niet had gezien, met Sophia die niet van zijn lijf kon blijven en Gina die hem tijdens de terugreis zo melancholisch had zitten aankijken. Wat zou ze er trouwens van vinden om zuster Virginie terug te zien? Hun laatste treffen, acht jaar geleden, verliep allesbehalve hartelijk. Hij had haar moeten inlichten. Nu was het te laat. Hij hoopte dat Sophia haar manieren hield.

 

De Vikingstraat zag er onder de stralende zon stukken beter uit dan de dag ervoor. Hij hobbelde met de Cortina tot vlak voor de deur. Onmiddellijk kwam Sophia naar buiten, in een kort jurkje dat nauwelijks haar kont verhulde.

‘Je ziet er goed uit,’ zei hij.

‘Jouw wagen ook.’ Ze heupwiegde er omheen, koket met de handen strelend over het koetswerk. Ze drukte zich tegen hem aan en vroeg met olijk fonkelende ogen: ‘Kunnen de zetels plat?’

‘Denk jij ooit aan iets anders?’

‘A dirty mind is a joy forever, dear.’

‘Je bent ziek.’

Ze sloeg op zijn borst. ‘En jij zwakbegaafd. Heb je nu nog niet door hoe graag ik je treiter?’

‘Dat is nou net het probleem. Met jou weet ik nooit wat echt is en wat niet.’

Ze tikte met een wijsvinger tegen zijn neus. ‘Houden zo.’

Ook Gina kwam naar buiten. Ze oogde alweer frisser en jeugdiger dan de dag ervoor. De bloem die twee dagen eerder nog zo verwelkt leek, kwam terug tot bloei. Ze droeg een wikkeljurk, ook al op kontlengte. Ze draaide om haar as als een fotomodel. ‘En?’

‘Eigen creatie?’

‘Yep. Die van Sophia ook.’

‘Niet te winderig?’

‘Zijn ze te kort?’

‘Nee hoor, ze zijn prachtig.’

‘Wat weet jij daar nou van?’ vroeg Sophia.

‘Kennersblik.’

Lachend volgde hij hen naar binnen. Lea ruimde op in de keuken, zonder sluier. Ze draaide zich om en verwelkomde hem. ‘Ga je zorg dragen voor mijn dochters?’

‘Als een haan voor zijn kippen.’

Claudia stond te mokken met de rug tegen de koelkast. ‘Waarom mag ik niet mee?’

‘We hebben een afspraak,’ zei Sophia.

‘Mama?’

‘Van mij mag het.’

‘Nee, er blijft altijd iemand thuis bij mama,’ zei Sophia bits. ‘Vandaag is het jouw beurt.’

‘Het is al veertien dagen mijn beurt.’

René nam Claudia’s hand. ‘In het weekend ga ik met jou naar de bioscoop. Wat zeg je daarvan?’

‘Echt? Mag het, Sophia?’

‘Ik zou tweemaal nadenken hoor.’

Gina lachte. ‘Natuurlijk mag het. Wij blijven wel bij mama.’

Claudia maakte een vreugdesprongetje en huppelde opgewekt naar boven.

Onderweg naar Gent genoot René zwijgend van de twee hun gekeuvel over mode, kleren, schoenen, school, boeken, strips. In geen tijd waren ze op hun bestemming. Hij popelde om Bianca’s zachte lijf tegen zich aan te drukken, haar te kussen met alle vurigheid die hij veertien dagen had opgespaard.

In de lift vroeg Gina: ‘Sorry René, ik vergat even de naam van je meisje.’

‘Virginie,’ zei Sophia.

‘Bianca!’

Voor Gina van haar verbazing bekwam, belde hij aan.

Klaas deed open. Hij stootte een absurd lachje uit. ‘Nieuwelinck?’

René was even uit het lood geslagen. ‘Wat doe jij hier?’

Klaas gebaarde zich doof. ‘Dag Sophia. En jij moet Gina zijn.’ Hij drukte hun de hand. ‘Hartstikke gaaf. Missie geslaagd. Niet-te-geloven.’

Sophia gniffelde.

René kreeg het op zijn heupen. ‘Laat je ons nog binnen?’

‘Ja. Natuurlijk.’

Bianca zat te lezen in Het Rijk der Vrouw. Ze sprong op. ‘Renééé. Wat een verrassing.’

Ze vloog in zijn armen en gaf hem een zoen. Op zijn wang. Ze schudde Sophia de hand. Daarna nam ze Gina bij de schouders en bekeek haar van top tot teen. ‘Gina. Je bent terecht. Onvoorstelbaar.’

‘Mede dankzij u … mevrouw.’

‘We vreesden dat er iets ergs was gebeurd.’

‘De laatste jaren waren inderdaad niet bepaald schitterend.’

‘Ga zitten. Ik wil er alles over horen. Wat mag ik jullie aanbieden?’

De zussen vroegen een glas water. Hij vroeg niets. Hij zag hoe Klaas op weg naar het keukentje Bianca een tikje gaf op de bips. Op het aanrecht stond vuile vaat. Twee borden, twee glazen, twee kopjes. Ze namen plaats op de sofa, René in het midden.

Gina gaf hem een duw. Ze wees met haar duim naar Bianca en fluisterde: ‘Zuster Virginie?’

Hij keek ongemakkelijk voor zich uit.

Sophia lag in een deuk.

Bianca plaatste de glazen op het salontafeltje en ging zitten. Klaas nam plaats aan de overkant. René zocht zijn blik, maar zijn vriend keek alle kanten op, alsof hij de controle kwijt was over zijn oogbollen.

‘Ik sta versteld,’ zei Bianca, ‘jullie hebben elkaar gevonden. René, je bent zo stil. Vertel op.’

René vond niet meteen de juiste woorden, waarop Sophia verslag deed. Gina vertelde haar eigen verhaal.

‘Ik ben zo ontzettend blij dat alles goed is gekomen,’ zei Bianca.

‘Ik ben u eeuwig dankbaar, mevrouw.’

‘Noem me toch geen mevrouw. Je weet intussen wel wie ik ben?’

‘Ja.’

‘René heeft je ingelicht?’

‘Nee, het is een beetje … een verrassing voor mij.’

‘Zo kennen we hem, nietwaar? Tijden veranderen. Moet ik jou niet uitleggen.’

‘Inderdaad, Bianca. Tijden veranderen. Mensen ook. Niks mis mee.’

René veerde op. ‘We vertrekken.’

‘Nu al?’ vroeg Bianca.

Hij gooide een som geld op de salontafel voor Klaas. ‘Hier heb je wat geld terug. De rest volgt.’

Klaas verroerde niet.

‘Maar schat, ik heb je zo gemist. Blijf nog even.’

‘Ik heb moeder beloofd om tegen het avondeten thuis te zijn. Klaas houdt je wel gezelschap.’

Sophia schoot hem te hulp. ‘We moeten echt vertrekken, Bianca, ik moet nog naar school. Mijn diploma ophalen.’

‘Wat spijtig. Ik wilde jullie vragen om samen de stad in te trekken.’

René liep door het gangetje en opende de deur. ‘Een andere keer. Komen jullie?’

Sophia en Gina namen afscheid en volgden hem. In de lift sloeg hij zijn knokkels tegen de knop naar het gelijkvloers.

‘Het spijt me,’ zei Gina in de afdaling.

‘Nergens voor nodig.’

Eenmaal in de wagen startte hij de motor nog voor Sophia het portier had dichtgetrokken. Gina legde de motor stil en trok de sleutels uit het contactslot.

Hij stak zijn hand uit. ‘Gina. Sleutels.’

‘Nee, zo ga je niet rijden.’

‘Geef hier.’ Hij grabbelde naar de sleutels maar ze trok ze weg.

‘Je bent jezelf niet.’

‘Gebeurt wel meer de laatste tijd.’

‘René, blijf rustig.’

‘Rustig? Rustig? Mijn lief en mijn beste vriend. Ik ben twee weken weg en wat gebeurt er?’

‘Komaan, er zijn ergere dingen in het leven,’ zei Sophia.

‘Twee weken! Verdomme Gina, geef me de sleutels.’

‘Ik wil dat je eerst kalmeert.’

‘Ik ben kalm.’ Hij stak zijn handen voor zich uit. ‘Zie je? De kalmte in hoogsteigen persoon.’

‘Ze beven.’

‘Omdat ik gehaast ben.’

‘Om hier weg te komen, niet om thuis te zijn.’

‘Sophia moet haar diploma afhalen.’

‘Dat was gelogen,’ zei Sophia.

Hij keek om. ‘Waarom altijd die leugens?’

‘Een leugentje om bestwil. Ik zag toch hoe je je kas zat op te vreten.’

‘Altijd maar liegen, liegen, liegen,’ riep hij, de beide vuisten dreunend op het stuur.

‘Zonder stuur raken we ook nergens,’ merkte Sophia droogjes op.

Hij draaide zich woedend om. ‘Wil je nu eindelijk eens je snater houden?’

‘Hola. Nieuwelinck is in zijn gat gebeten.’

‘René, laten we even gaan wandelen.’

‘Wandelen? Daar heb ik nu even totáál geen zin in. Ik heb de laatste veertien dagen niet anders gedaan dan gewandeld. Ik wil hier weg. Nu!’

‘Oké.’ Gina stapte uit, liep naar de bestuurderskant en trok het portier open.

‘Eruit.’

‘Waarom?’

‘Ik rijd.’

Met tegenzin stapte hij uit. Gina nam plaats achter het stuur.

‘Aan de andere kant er weer in,’ riep Sophia vanop de achterbank.

Hij liep naar de passagierskant en stapte in. ‘Als je hem in de prak rijdt sta ik niet in voor de gevolgen.’

‘Geen paniek.’

‘Je hebt niet eens een rijbewijs.’

‘Jawel, een Frans.’

‘Ik heb een geweldig idee,’ zei Sophia.

Hij sloeg het hoofd achterover. ‘God sta me bij.’

‘We gaan naar de bioscoop.’

Gina startte de wagen. ‘Uitstekend idee.’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Wat heb ik de wereld misdaan? Wil iemand me dat uitleggen?’

Sophia juichte en botste met haar hoofd tegen het dak. ‘Vooruit René, waar zijn al die cinema’s hier in Gent?’

‘Volg de pijlen naar het centrum.’

Op Gent Zuid overlegden de vrouwen eindeloos naar welke film ze wilden. Hem kon het geen lor schelen, al gingen ze naar Ilsa, de wolvin van de SS. Uiteindelijk kozen ze Taxi Driver.

Sophia liep op een wolk. ‘René, sinds jij terug bent in ons leven, is het alle dagen dolle pret.’

‘Kijk maar uit. Dolle pret en doffe ellende liggen een boogscheut van elkaar.’

‘Aldus Batavus Droogstoppel.’

Hij koos een kuipje naast het gangpad.

Sophia gaf hem een duw. ‘Schuif op of je krijgt een stijve nek.’

Hij schoof door naar het midden van de zaal en ging zitten, geflankeerd door zijn twee chaperonnes. Met tegenzin volgde hij de film, hoewel de decadente sfeer perfect paste bij de trammelant in zijn kop. Zijn vriendin met zijn beste vriend. Wat een fiasco. Terwijl hij de hele weg Sophia van zijn lijf had geslagen, met wisselend succes weliswaar, kropen zij zonder scrupules … Nu ja, zo kuis was hij ook niet geweest, maar hij had tenminste zijn best gedaan. Sophia was bijzonder heetbloedig geweest en ze had hem gepakt op een zeer kwetsbaar moment en … Verdomme, die taxichauffeur knalt al die pooiers overhoop en bevrijdt dat meisje uit dat hoerenkot. Schiet jezelf niet door de kop man! Oef. Geen munitie meer. Straks legt hij ook het loodje, doorzeefd met kogels van dat krapuul. Straffe gast. Dedjuu, hij overleeft. Een held ook nog.

‘Prachtige film,’ zei Gina in het naar buiten gaan.

Sophia glunderde. ‘Wat een kerel, die taxichauffeur. Vanaf nu ga ik elke dag naar de cinema.’

‘Zoveel goede films draaien ze nu ook weer niet. Na een week zit je door de voorraad heen,’ zei hij.

‘Dan kijk ik een tweede keer.’

‘Gina, krijg ik mijn sleutels terug?’

‘Zal het lukken?’

Hij knikte.

Op de terugweg was het stil in de wagen. Af en toe betrapte hij Gina erop hem onderzoekend aan te kijken en als hij haar blik beantwoordde, schonk ze hem zo’n betoverende glimlach dat hij met moeite zijn blik kon afwenden.

Hij parkeerde voor de deur en liet hen uitstappen.

‘Bedankt voor de rit, Taxi Driver,’ zei Sophia.

‘Kom nog even mee naar binnen,’ zei Gina.

‘Ik moet echt naar huis. Moeder is vast ongerust.’

‘Bel haar en zeg dat je wat later komt.’

Hij stapte uit en volgde.

Sophia opende de keukendeur.

‘Bienvenidas chicas,’ klonk een zoetgevooisde mannenstem.

Renés bloed stolde in zijn aderen.

 

OceanofPDF.com