De Parisienne
Chapitre 12
Loving you
Isn’t the right thing to do
Fleetwood Mac – Go Your Own Way
Bianca wachtte hem op aan het station. Ze omhelsde hem. ‘Ik heb je gemist.’
‘Ik jou ook.’
Ze liepen hand in hand naar haar wagentje en vertrokken naar haar appartement. Ze opende de deur en schopte haar schoenen uit. ‘Hoe was het?’
Hij liet zich in de sofa vallen. ‘Moeder had het er moeilijk mee, maar uiteindelijk respecteerde ze mijn voornemen. Ze is best wel ruimdenkend.’
Ze legde een plaatje op. ‘Vertelde je over ons?’
‘Ja. Ze was … een beetje verwonderd.’
Ze legde haar hoofd in zijn schoot. Hij kuste haar op het voorhoofd.
Tijdens Sailing van Rod Stewart viel ze in slaap.
Later, in bed, wriemelde ze zich met haar rug tegen hem aan. Ze hield zijn hand vast. ‘Alleen knuffelen.’
‘Is er iets?’
‘Ach, je weet wel. Vrouwendingen.’
Hij streelde zachtjes haar buik.
’s Morgens werd hij als eerste wakker. Hij haalde croissants en maakte koffie. Naast haar kopje legde hij tweeduizend frank. Ze kwam aan tafel, vroeg slaperig: ‘Wat is dit?’
‘Geld van moeder voor de rugzak en de kleren.’
‘Hou maar, je kan het goed gebruiken.’
Hij liet het liggen.
Na het ontbijt schoof ze het geld naar hem toe. ‘Stop het weg, schat.’
‘Het is voor jou.’
‘René, stop het weg!’
Geschrokken door haar reactie borg hij het op.
Tegen de middag gingen ze naar de bank om geld om te wisselen in Franse munten. Daarna aten ze friet in de Zatopek. ‘Nog iets gehoord van Klaas?’ vroeg ze.
‘Nee.’
‘Hij belde me in het weekend om te vragen wanneer je vertrekt.’
‘Mooi. Hopelijk laat hij de fanfare thuis.’
Ze keek afwezig naar buiten. ‘Dit is onze laatste dag samen.’
‘Er komen er nog vele.’
‘Je zal Gina vinden en mij vergeten.’
Hij kneep in haar hand. ‘Zeg dat niet.’
‘Ik ben te oud voor jou.’
‘Moeder zei ook al zoiets. Ik haat het.’
‘Ze heeft gelijk. Je kan beter een meisje zoeken van jouw leeftijd.’
‘Bianca, hou op.’
Terug thuis nestelde ze zich in de sofa en viel na een paar minuten in slaap. Hij nam een boek, maar lezen lukte niet. Zijn gedachten dwaalden voortdurend af naar de komende trip. Daarna deed hij boodschappen. Hij bereidde een van haar lievelingsgerechten, kabeljauw in mousselinesaus. Met een glaasje witte wijn.
Tijdens het eten zat ze hem te observeren. Hij kreeg het benauwd. ‘Bianca, wat doe je?’
‘Eten.’
‘Je zit me te beloeren.’
‘Wat begrijp je nou van een vrouw. Je bent nog een kind.’ Ze stond op en liep naar haar kamer.
Hij ruimde af en nam de tram naar zijn logies. Daar stopte hij kousen, zakdoeken en nog wat andere spullen in een zak. In de Heremiet dronk hij een glas bier. Bij het vallen van de avond keerde hij terug naar het appartement. Hij plaatste de zak met spullen naast de rugzak in het gangetje en opende de slaapkamerdeur. Ze sliep. Hij zette de wekker, ontkleedde zich en kroop naast haar. Ze knorde en wurmde zich tegen hem aan. Met een arm om haar heen keek hij naar het lijntje straatlicht door het overgordijn, tot ook hij in slaap viel met een kop vol zorgen. Morgen begon het grote avontuur, een mier op zoek naar een andere mier ergens in het heelal.
Om vijf uur liep de wekker af. Ze namen een douche en aten zwijgend hun ontbijt. Hij inspecteerde een laatste maal de rugzak. Daarna vertrokken ze.
Ondanks het vroege uur was het erg druk bij Vereenooghe Transport. De ene na de andere truck met oplegger reed de parking af. ‘We wachten hier,’ zei ze in het wagentje, ‘op de parking ben ik aangeschoten wild. Die harpij bekogelt me niet nog een keer met kantoormeubilair.’
Er werd op het raam geklopt. Klaas, in een bermuda en een rood T-shirt met een zwarte opdruk van Che. ‘Kom eens naar buiten, troetelpoepjes.’
Ze stapten uit. De lucht was helderblauw en het beloofde een stralende dag te worden.
‘Klaar voor de verovering van Parijs?’ vroeg Klaas.
René haalde zijn schouders op.
‘Wat heeft hij, juffrouw Bianca? Hij kijkt alsof hij verbannen wordt naar Siberië.’
‘Niets heb ik. Het voelt gewoon even aan als het zoeken naar een naald in een hooiberg. Wat als Gina al lang weg is uit Parijs? Dan wordt het zelfs zoeken naar een zandkorrel in een woestijn.’
Klaas keek meewarig naar Bianca. ‘Hij valt geregeld ten prooi aan leeghoofdigheid en beschikt spijtig genoeg slechts over één nogal luie en nutteloze hersencel.’ Hij gaf René een tik tegen zijn arm. ‘Zet die hersencel nou even aan het werk. Denk aan de tijd toen je als kort gebroekt jochie ten prooi viel aan de kalverliefde. Wat waren haar laatste woorden? Waar droomde ze van?’
‘Van Woodstock.’
‘Nou, dat ligt intussen ook alweer een eindje achter ons, niet? Herinner je je dan niets meer? Behalve de rozengeur en maneschijn?’
‘Ze bladerde graag in modemagazines. Ze droomde ervan om jurkenmaakster te worden.’
‘Voilà. Zo klaar als een klontje. Parijs, het centrum van de modewereld.’
‘Er woont meer volk in Parijs dan in heel België.’
‘Ga naar de dienst burgerzaken, vraag haar adres en breng haar een bezoek. Kat in ’t bakkie.’
Een donkergroene truck met oplegger reed van de parking. De bestuurder stak een hand op naar Bianca en liet een oorverdovende claxonstoot horen. Klaas versteende en helde vervaarlijk over naar de trambaan. René ving hem net op tijd op zodat hij niet in drieën werd gereden. Hij deponeerde hem languit op de stoep.
Bianca hurkte geschrokken naast Klaas en pletste hem in het gezicht. ‘Wat heb je?’
‘Rustig, Bianca, niets aan de hand,’ zei René.
Klaas verslapte. ‘Waarom sla je mij?’
‘Ik dacht dat je doodging. Heb je epilepsie?’
‘Begin nou ook niet, wil je.’
‘Als hij hevig schrikt valt hij om. Niets om je zorgen over te maken.’
De trucker had intussen zijn trekker met oplegger geparkeerd. Hij stapte uit en liep naar het drietal. ‘Wat is er met die jongen?’
Bianca veegde teder over Klaas’ wang. ‘Gaat het?’
‘Jawel. Bedankt om me op te vangen.’ Hij stond moeizaam overeind.
‘Iedereen present?’ vroeg de trucker, die veel weg had van Fozzie Bear van de Muppet Show. Hij droeg zelfs het gekke hoedje.
‘We wachten nog even,’ zei Bianca.
Klaas gaf René een omslag. ‘Voor onderweg. Pas openen als je in Parijs bent.’
René knikte. Bianca kwam voor hem staan. ‘Zal je de hele weg aan me denken?’
‘Natuurlijk.’
Ze omhelsde hem. ‘Wat er ook gebeurt?’
‘Ja.’
‘Als je liegt kom ik rondspoken in je dromen.’
‘Joehoe.’
Ze gaf hem een laatste kus.
Hij nam zijn rugzak uit de Fiat. ‘Tot ziens.’
‘Wacht nog even,’ zei ze weer.
‘Mevrouw Liefkens, ik moet nu echt wel vertrekken hoor,’ zei Fozzie.
‘Waarop wachten we?’ vroeg René.
‘Op mij,’ klonk een stem achter hem.
OceanofPDF.com