De Parisienne
Chapitre 17
Para bailar la bamba
se necesita una poca de gracia
Ritchie Valens - La Bamba
‘Eindelijk een lichtpuntje,’ zei Sophia de volgende morgen.
‘Dat lichtpuntje heeft me wel een fles Bénédictine gekost. Een proevertje noemen Hollanders dat.’
Na het ontbijt propten ze hun kleren in de rugzakken en vertrokken zuidwaarts. Eenmaal buiten de stad werden ze opgepikt door een oude Spanjaard met guitige pretoogjes. Het was hem aan te zien hoe weinig generalissimo Franco had geïnvesteerd in tandzorgen voor zijn bevolking. De man zijn gebit bevatte op een paar rokerige stompjes na geen enkele kies die naam waardig. Zich totaal niet bewust van het feit dat zijn passagiers geen Spaans begrepen, vertelde hij met een hese stem het ene grapje na het andere. Dan giechelde hij en bij het zien van Renés verbaasde gezicht moest hij nog meer giechelen. De voorruit zat al snel onder spettertjes bruinig speeksel.
De man rookte de ene zelf gedraaide sigaret na de andere. Nu en dan deed hij zijn ruit omlaag om naar buiten te rochelen. Sophia kroop achter Renés rug, beducht om door een van ’s mans projectielen te worden geraakt, en toen er eentje bleef plakken op de zijruit van het achterportier, om van daaruit als een naaktslak verder te glibberen naar achteren, hoorde René haar kokhalzen. De man wees met zijn duim naar Sophia en giechelde: ‘Señorita un poco loca. Hihihi.’
De enige herkenbare klanken in de gelispelde woordenbrij van de man – de woordjes no trabajo en fiesta – deden René besluiten dat er die dag niet werd gewerkt in San Sebastian maar gefeest.
Hij keek om naar Sophia die met een hand voor de mond nog altijd het traject van de rochel zat te volgen. ‘Vraag eens naar Balenciaga.’
Sophia probeerde de bestuurder in het Frans en het Engels aan het verstand te brengen dat ze naar de geboorteplaats van de grote modeontwerper wilden, maar de brave man viel ineens zonder woorden en wist de rest van het traject alleen nog het woordje qué uit te braken.
Los van de Spaanse bestuurder was de rit naar San Sebastian de mooiste van het hele traject. De felblauwe oceaan aan de rechterkant speelde aanhoudend een kat en muisspelletje met de kleurrijke heuvels waar ze doorheen reden. Voor het eerst sinds zijn vertrek raakte René vervuld van een prettig vakantiegevoel. Hoe zou het zijn om hier te wonen? Om een eethuisje te openen met Bianca zoals Dave op zijn Grieks eiland, of een hotelletje voor autocartoeristen uit België. Hij zou moeder overhalen om eindelijk ook eens op reis te gaan en bij hem en Bianca te komen logeren.
Bij het naderen van het centrum van San Sebastian vertraagde de Spanjaard. Hij vroeg waar ze wilden uitstappen.
‘La plage,’ zei Sophia.
‘Si, señorita. La playa,’ zei de man, omkijkend naar Sophia, waarbij René de volle laag kreeg.
Ze reden over de rivier Urumea en stopten even verder. De man wees met zijn vinger vooruit: ‘La playa.’ Daarop wees hij naar rechts. ‘Parte Vieja. Fiesta. Parte Vieja.’
‘Si, si, gracias, señor,’ zei Sophia.
‘Ik ga eerst naar het strand,’ zei René, ‘mij afspoelen.’
‘Ik ging bijna over mijn tong. Nu stinken we ook nog als potkachels.’
Ze vertrokken naar de kustweg. Op de dijk pletsten ze wat water uit een kraantje in hun gezicht. Ze zochten een bankje en genoten van het uitzicht op de baai van La Concha met in het midden het Santa Clara eiland, ingesloten tussen twee heuvelruggen, als een willoze slak tussen de scharen van een reuzenkrab.
‘Wat bedoelde onze vriend met Parte Vieja?’ vroeg René.
‘Dat ga ik jou eens haarfijn uitleggen. Parte betekent partie, en vieja betekent vieille. Hij bedoelde het oude stadsgedeelte.’
‘Ach Sophia, wat zou ik doen zonder jou, in dit vreselijke land van stierenbeulen, kale dictators en tandeloze grijsaards.’
‘Ga nou niet sarcastisch doen.’
Ze keerden op hun stappen terug en sloegen de richting in naar het oude stadgedeelte.
‘Hier is onlangs een veldslag geleverd,’ zei hij bij het passeren van een uitgebrand karkas van een wagen zonder wielen. De straat en de muren vertoonden schroeiplekken. Het stonk er naar benzine.
‘Molotovcocktails,’ zei Sophia.
Op de gevel van een bank zat graffiti en voor de ramen waren houten platen getimmerd.
‘ETA,’ zei René.
Bij het naderen van het oude stadsdeel klonk een aanzwellend rumoer. De brede lanen vernauwden zich tot smalle straten met aan weerskanten oude gebouwen met overhellende balkonnetjes. Hier geen akelige sporen van aanslagen, maar een bruisend volksfeest in felle kleuren en klanken. Gitaren, cymbalen en tamboerijnen vochten om de overhand met trommen, trompetten, sambaballen en zowat alles waarmee kon worden geklepperd, geroffeld en getrommeld. Het rook er heerlijk naar hapjes.
‘Wat een heksenketel,’ riep ze.
Met moeite wurmden ze zich door de mensenmassa die als een kabbelende rivier door de straten gonsde. Boetiekjes, winkeltjes en kraampjes hadden ramen en deuren open en aan de luifels van muziekhandels hingen honderden Spaanse gitaren die door René vol bewondering werden beroerd.
‘Waarom koop je er geen?’ vroeg Sophia.
‘Te duur.’
‘Señorita! Sidra?’ riep een jongeman met een kraampje vol flessen gelige drank. Ze ging ernaartoe. De jongen goot haar een flinke scheut in een glas. Ze dronk het in één keer leeg. Hij gaf René ook eentje en Sophia een tweede.
René gaf haar een duw. ‘Best niet te veel van drinken, het is verraderlijk spul.’
Sophia vond het zo lekker dat ze onderweg nog een lading achteroversloeg. De gevolgen lieten niet lang op zich wachten. Op een klein kruispunt waar iets meer ruimte was, gaf ze haar rugzak aan René en begon bij een opzwepend lied van een straatorkest parmantig in het rond te draaien, als een volleerde flamenco danseres, de armen kronkelend boven het hoofd, tussen de vingers een paar denkbeeldige castagnetten. De omstaanders klapten in de handen, waarop ze op een anatomisch erg verontrustende manier met haar heupen begon te wiegen. René vond het allemaal erg verleidelijk maar was er niet gerust in.
‘Sophia, hou op,’ riep hij boven het kabaal uit.
‘Wat is er René, mag ik niet dansen van jou?’ schalde ze terug.
‘Jawel, alleen niet hier en niet nu.’
‘Eviva España,’ schreeuwde ze, waarop haar schare fans nog harder ging klappen. Door al dat heupengedraai en de sloot cider in haar lijf begon ze ineens te zwijmelen en het dansje verwaterde tot een waggelend loopje recht in Renés armen. Hij moest haar ondersteunen of ze sloeg languit tegen de plaveien.
‘Ik ben een beetje draaierig.’
‘Je meent het.’
Een jongeman maakte zich los uit de menigte en gaf haar een duw. ‘Eviva España?’ riep hij, duidelijk niet opgezet met haar dansje en haar euforische vreugdekreet.
‘Wat is er met jou, nazi?’ bralde ze.
‘Eviva España?’ herhaalde hij en gaf haar nog een duw.
René wrong zich ertussen. De jongen zag er niet uit als iemand waarmee een ernstig gesprek viel aan te knopen. Er moest worden geroepen. Hij keek erg grimmig en gaf René ook een duw. René duwde terug. De kerel greep hem bij de kraag en brieste in zijn gezicht: ‘Hau da Euskal Herria!’
René trok zich los. ‘Laat me verdomme gerust.’
‘Euskal herriak indepenzia!’ schreeuwde de ander.
‘Eviva España,’ snauwde Sophia terug.
De kerel werd erg opstandig. René vreesde voor vuisten. Enkele oudere Spanjaarden kwamen tussenbeide.
‘Turistas belgas,’ zei René, waarop de gemoederen bedaarden.
Hij nam Sophia’s rugzak en leidde haar naar een zijstraat, weg van het rumoer. Hij keek om en was opgelucht dat de jongeman hen niet achterna kwam. Sophia wankelde als een duinkonijn van de ene kant naar de andere en hij moest al zijn kracht gebruiken om haar overeind te houden. Hij loosde haar op een zitbank onder een rododendron.
‘Wat balkte die Gestapo?’
‘Geen flauw idee.’
‘Eviva España,’ mummelde ze.
‘Hou daarmee op, ze horen dat hier niet graag. Ik zei nog om van die cider af te blijven.’
‘Je bent zelf een drankorgel.’
‘Hier, drink wat water.’
Ze sloeg het flesje uit zijn handen. ‘Ik wil sidra.’
Hij raapte het flesje op en gaf het terug. ‘Je hebt meer dan genoeg op.’
‘Hou op met je water, vervelend lulletje.’ Ze stak een arm in de lucht. ‘Eviva sidra.’
Hij plofte neer naast haar en liet haar tegen zich aan vallen. Hij keek onder zijn oksels. Zweetplekken kleurden zijn shirt.
‘Je bent een druiloor, Nieuwelinck. Ik mag niet kussen, niet drinken, niet dansen, niet zingen. Wat mag ik eigenlijk wel van jou?’
‘Je manieren houden.’
‘Eviva Esp…’
‘Stop daarmee!’
‘Waarom mocht ik niet verder dansen van jou?’
‘Omdat je toeterzat bent en we straks een leger Basken achter ons aan krijgen die jou ofwel willen afrossen ofwel willen binnendoen.’
‘Ooooo? Nieuwelinck is jaloers?’
Hij kruiste de armen. ‘Nieuwelinck is beschaamd.’
‘Je was zo dapper. Kom hier dat ik je kus.’ Ze tuitte haar lippen.
‘Ik kus geen zatte wijven.’
‘Nuchtere blijkbaar ook niet.’
‘Hou je kwebbel en rust uit tot je weer op je benen kunt staan.’
‘Ik ben misschien een beetje dronken, maar morgen ben ik nuchter en dan ben jij nog altijd een vervelend lulletje.’ Ze viel tegen hem aan, een levenloze lappenpop, doordrenkt met alcohol. Hij wurmde zich onder haar uit, legde haar benen op de bank en liet haar hoofd rusten op zijn rugzak.
Terwijl ze haar roes lag uit te slapen, klampte hij enkele voorbijgangers aan. Hij vroeg of ze Engels spraken maar kreeg telkens een no. Hij wilde het net opgeven, gefrustreerd omdat Spanjaarden het blijkbaar niet nuttig vonden om ook maar één woordje Engels te leren, tot hij een modieus geklede dame van middelbare leeftijd vond die Engels sprak.
Sophia lag te snurken. De vrouw trok haar wenkbrauwen op.
‘Sidra,’ zei hij.
Ze knikte erg begripvol. ‘Ik zag de jongedame bezig. De onbezonnenheid van de jeugd, nietwaar.’ Haar gezicht betrok. ‘Dat onbeschaafde heerschap van daarnet was duidelijk allergisch aan haar lied. Je moet weten … Spanje zit in een overgang van dictatuur naar democratie. Dat is erg explosief. Veel Basken willen onafhankelijkheid en sommigen hebben weinig geduld.’
‘Was het een ETA militant?’ vroeg René onthutst.
‘Niet ETA, wel kale borroka. Gevaarlijke jongens. Een kweekvijver van de ETA. Door te zeggen dat jullie Belgische toeristen zijn, kalmeerde hij. Was je een Spanjaard geweest, hij was wellicht met jou op de vuist gegaan.’
René slikte. ‘Wat riep hij?’
‘Euskal herriak indepenzia: dit is onafhankelijk Baskenland.’
Hij knikte.
‘Wat wilde je weten?’ vroeg de dame.
‘Juist. Bent u bekend met de naam Balenciaga?’
Ze beaamde en toonde hem het kunstig gedrapeerde sjaaltje rond haar hals. ‘Dit is Balenciaga.’
Hij beroerde het. Zijde. Ze vertelde over Les Grands Magasins du Louvre, het grootwarenhuis in de stad waar de couturier ooit was begonnen en op twee jaar tijd was opgeklommen tot hoofd van de kledingafdeling. Hoe gedreven en perfectionistisch hij was geweest en hoe hij Parijs had veroverd. Dat hij met Gabrielle Chanel bevriend was geweest en de beroemdste filmsterren en rijkste aristocraten over de vloer had gekregen. En dat hij geliefd was geweest in de hoogste kringen van de Spaanse adel. Ze wist ook te zeggen waar zijn geboortedorp was. René luisterde geboeid en na afloop bedankte hij de vrouw zeer hartelijk. Nu was hij zeker: dit was de man die Gina had doen beslissen om af te reizen naar San Sebastian.
Sophia opende moeizaam de ogen. Erg ontvankelijk voor de nieuwe informatie zag ze er niet uit. Hij besloot te wachten om haar in te lichten. Het hele eind naar de jeugdherberg moest hij haar ondersteunen. Onderweg kocht hij etenswaren voor ’s avonds. Sophia had geen honger en ging bij aankomst onmiddellijk naar bed.
OceanofPDF.com