De Parisienne

André Van Butsel · Chapitre 32 sur 40

Pages du PDF

De Parisienne

Chapitre 21

 

Et maintenant que vais-je faire

Je vais en rire pour ne plus pleurer

Gilbert Bécaud – Et maintenant

 

Tussen Orléans en Parijs ontwaakte hij. Gina zat rechtover hem, een sober glimlachje om de mond.

Hij krabde zijn kruin. ‘Je bent wakker.’

‘Waarom kwam je mij zoeken?’

De vraag overviel hem. ‘We waren maatjes. Toch?’

‘Ja, dat waren we. Waarom nu?’

Hij zoog zijn longen vol lucht. ‘Allerlei omstandigheden.’ Hij vertelde over zijn mislukte studies. ‘Ik zat aan de grond en dacht voortdurend aan jou. Honderden vragen spookten door mijn hoofd. Steeds harder en luider. Wat was er gebeurd, waar was je naartoe, was alles goed met je, waarom liet je nooit iets van je horen? Ik vond uiteindelijk dat ik iets moest doen. Zo groeide het idee om je te gaan zoeken. Mijn vriendin en een vriend hielpen me. We vreesden dat je iets was overkomen. Op het laatste moment sloot Sophia zich aan.’

Sophia kroop ook recht, wikkelde het verband van haar hoofd, opende een raam en gooide het naar buiten. Ze ging naast Gina zitten en vroeg wat er was gebeurd na de confrontatie met Akil.

‘Na jullie bezoek aan Akils moeder liet de commandant jullie schaduwen. Toen Akil opdaagde, werd versterking opgeroepen. Hij vluchtte weg via de brandtrap, schoot een agent neer en verdween. Ik werd de hele nacht ondervraagd. De procureur wilde weten of ik een gevaar was voor de staatsveiligheid.’

‘Akil is bij de ETA?’ vroeg hij.

‘Nee, bij een bende gevaarlijke jongeren die zware vandalenstreken uithalen tegen politie, banken en overheidsgebouwen. Sommigen van hen komen uiteindelijk bij de ETA terecht.’

‘De kale borroka.’

Ze knikte. ‘Ook zijn moeder werd urenlang ondervraagd. Uiteindelijk kon ik samen met haar de procureur overtuigen dat ik al twee jaar door hem werd gegijzeld en dat ik niets te maken had met de kale borroka, dat ik niets afwist van de streken die hij uithaalde. De commandant bracht me terug naar het appartement om er wat spullen op te halen en liet me vertrekken.’

‘Dus je bent geen staatsvijand?’

‘Nee.’

‘Waar is Akil nu?’

‘Voor zover ik weet nog altijd voortvluchtig.’

‘Is die agent dood?’ vroeg Sophia.

Gina knikte.

Sophia sloeg verschrikt een hand voor de mond.

Gina likte haar droge lippen. ‘Ik heb dorst.’

René rommelde in zijn rugzak. De bh van Sophia die hij er in zijn haast had in gepropt na het verhoor van Fermin viel eruit. Hij gaf hem terug aan Sophia. Hij gaf de fles water aan Gina.

‘Zijn jullie een stel?’ vroeg Gina.

‘Nee,’ zei René, ‘gewoon vrienden. Ik heb een vriendin.’

‘Degene die je hielp om mij te zoeken?’

‘Ja.’

‘Wat lief van haar. En jij, Sophia, heb jij iemand?’

Sophia zocht de ogen van René. ‘Nog niet.’

‘Hoe kwam je bij Akil terecht?’ vroeg René.

Gina keek naar de lusteloze handen in haar schoot. ‘Dat is een lang verhaal.’

Sophia nam Gina’s handen. ‘Ik begrijp niet dat je bij zo’n … zo’n …’

‘… monster terechtkwam?’

‘Zoiets, ja.’

‘Ik begrijp het zelf nog altijd niet. Het is zo moeilijk uit te leggen.’

‘Probeer eens.’

Gina tuurde door het raam. ‘Ik leerde hem kennen in Parijs. Hij werkte er in een restaurant van een familielid. Hij was zeer charmant die eerste maanden. Tot hij een brief kreeg van zijn moeder. Hij wilde niets zeggen over de inhoud. Kort daarna vroeg hij om hem te vergezellen naar San Sebastian. Hij wist dat ik een vurige fan was van Balenciaga. Hij zou me zijn ateliers en boetieks tonen en me meenemen naar Guetaria. Ik was in de wolken.’

‘We pikten je spoor op bij Doña Ximena,’ zei René.

‘Echt? Hoe stelt ze het?’

‘Goed. Ze sprak zeer lovend over jou. Haar kleindochter wist te vertellen dat Akils vader opgesloten zat wegens zijn betrokkenheid bij de ETA.’

‘Dat bleek uiteindelijk de reden waarom Akil me meenam. Zijn vader was gearresteerd. Na de gebruikelijke martelingen legde hij bekentenissen af en kreeg vele jaren cel. Ik weet niet of het aanvankelijk Akil zijn bedoeling was om ook die weg op te gaan. In elk geval kwam hij vrij snel in contact met de verkeerde jongeren. We woonden in bij zijn moeder. Daar leerde ik Idoia kennen.’

‘Waarom verliet je hem niet?’

‘Ik kon niet. Hij vernietigde mijn papieren. Ik was illegaal in het land en kon geen kant op. Hij pikte mijn geld en kocht een naaimachine om confectiewerk te doen. Hij bracht het werk naar de klant en inde mijn loon. Zelf zag ik nooit één peseta. Ik mocht de flat niet verlaten en werd verplicht om zijn moeder te helpen. Ze heeft een zwak hart. Ik werd voortdurend in de gaten gehouden door zijn kompanen. Bij het minste verzet sloeg hij mij. Ik ontfermde me over Idoia. Het meisje hechtte zich aan mij, en ik aan haar. We zaten in hetzelfde schuitje.

Op een avond kwam hij thuis, stinkend naar rook en benzine. Dan begon pas echt de ellende. Ik moest onmiddellijk weg bij zijn moeder. We verhuisden naar het armzalige appartement waar jullie mij vonden. Ik zorgde voor een inkomen, terwijl hij de straten afschuimde en bandietenstreken uithaalde. Het ging van kwaad naar erger. Zijn moeder en ik smeekten om ermee te stoppen, waarop hij me nog meer … nog meer … mishandelde.’

‘Rustig maar.’

Bij Sophia rolden tranen over haar wangen.

‘Hij deed het voor zijn vader, zei hij, en als we dat niet konden begrijpen, dan waren we verraders. Ik dacht … ik wist … dat ik nooit meer zou wegkomen.’

‘Wat dacht je toen we zo onverwacht voor je stonden?’

Ze glimlachte. ‘Dat ik een stel geesten zag.’

Sophia veegde haar tranen weg. ‘Het spijt me dat ik niet eerder kwam.’

‘Hoe kon je? Je wist niet waar ik was. Ik mocht niet bellen, ik mocht geen brieven schrijven. Ik was een gevangene in mijn eigen huis. Na ons bezoek aan San Sebastian zouden we terugkeren naar Parijs en van daaruit naar België. Dat was verkeerd gedacht.’

‘Wat verschrikkelijk,’ zei Sophia.

Gina nam Sophia’s hand. ‘Het is voorbij, Sophia, dankzij jullie.’

‘Hoe reageerde Idoia op je vertrek?’ vroeg René.

‘Ze was radeloos. Ik zei dat ze niets meer te vrezen had, dat Akil nu snel zou worden gevat. Ze was ontroostbaar. Ik hoop dat ik haar geen loze beloftes heb gedaan.’

‘Hoe moet het nu verder? Reizen we van Parijs direct door naar Brussel?’

‘Nee. Zie me hier zitten. Een slons. Ik wil overnachten in Parijs.’

‘Hoe moet ik mij dat voorstellen?’ vroeg Sophia.

‘Dat zie je als we er zijn.’

 

Laat in de namiddag boemelde de trein door de voorsteden van Parijs, langs pakhuizen, fabrieken en bouwwerven. Het gaf René niet meteen de indruk van een wereldstad. De trein stopte in station Austerlitz. Gina kocht tickets voor de metro. Ze namen lijn vijf naar Gare du Nord. Na een glimp op de Seine doken ze onder de stad.

Bij het verlaten van Gare du Nord gingen ze naar links. Ze staken een druk kruispunt over en sloegen Rue la Fayette in. Gina stopte voor een witgrijs gebouw met vijf verdiepingen, opgetrokken in de typische Haussman stijl. Elke verdieping telde acht ramen en een paar hadden een balkon over de volledige breedte van de gevel. Ze duwde aan de rechtse deur van een dubbele poort en liep door een gekasseide koetsingang naar een lift. Ze bekeek haar metgezellen, daarna zichzelf, glimlachte en drukte op de knop. Op de vierde etage belde ze aan bij een fraaie lichtblauwe deur. Haar hand trilde.

Een gedistingeerde dame met een weelderig Dalida-kapsel deed open en sloeg beide handen voor de mond. ‘Mon dieu, un miracle.’ Ze nam Gina’s hoofd tussen beide handen en bekeek haar onderzoekend. ‘Ma petite fille. Te revoilà!’ Ze omhelsde haar en gaf haar tientallen kusjes op wangen en voorhoofd. ‘Ik geloof mijn ogen niet. Hoe zie je eruit?’ Ze sloeg haar arm om Gina’s schouders en nam haar mee naar binnen. René en Sophia volgden. De vrouw leidde hen naar een salon. Ze gaf Sophia een kus op de wang. ‘Jij moet wel Gina’s zus zijn.’

Sophia knikte.

Gina’s ogen straalden.

‘Ga toch zitten.’

Ze namen plaats op een felblauw bankstel. Sophia en René keken verwonderd in het rond, alsof ze zich in het kasteel van Versailles bevonden. Diffuus zonlicht door de kamerhoge vitrages toverde een dromerige sfeer in de enorme woonkamer. Aan de muren met pastelkleurige tinten hingen moderne schilderijen afgewisseld met historische landkaarten. Op commodes en dressoirs prijkten sculpturen, beeldhouwwerkjes en witmarmeren bustes. In een vitrinekast met binnenverlichting stonden nog meer snuisterijen te schitteren. Delen van het glanzend parket met visgraatmotief lagen verborgen onder dure tapijten met speelse taferelen. Hier was een perfect huwelijk tot stand gebracht tussen tijdloos klassiek en stijlvol modern. Het fraaie lijstwerk en de rij geraffineerde kroonluchters bevestigden de algehele indruk dat hier steenrijke mensen woonden.

Een dienstbode maakte haar opwachting. De gastvrouw vroeg wat ze wensten te drinken. Ze vroegen limonade. Even later bracht het dienstertje het gevraagde en plaatste het op een glazen salontafel met gezandstraalde motieven.

‘Gina, stel me nu eerst even voor aan je metgezellen.’

‘Sophia, René, maak kennis met Liane de Châtillon. Liane, Lili, bezorgde me acht jaar geleden een nieuw thuis.’

‘Hoe vonden jullie elkaar?’ vroeg Sophia.

‘Lili is bestuurslid van Guerre-Lavigne, een modeschool. Op een morgen, ik doolde toen al een paar dagen door Parijs, passeerde ik de school en zag een groep meisjes vrolijk naar binnen wandelen. Ik volgde en liep nieuwsgierig door de gangen. Lili zag me en gaf me eten en drinken. Ze vroeg of ik er wilde studeren. Ik was zo over mijn toeren dat ze me in huis nam. Ze zorgde voor papieren zodat ik kon blijven.’

‘Hoe kwam ze aan papieren? Je werd gezocht in België,’ vroeg René.

‘Lili heeft zo haar connecties. Ze stelde me voor als een nicht uit het buitenland. Zo kreeg ik ook haar naam. Hier heet ik Gina de Châtillon.’

Lili nam het woord. ‘Gina vertelde me wat ze had meegemaakt. Ze was er vreselijk aan toe, uitgehongerd, verkouden, verteerd door angst en schuld. Ik had medelijden met haar en zei dat ze mocht blijven. Ik liet haar studeren aan Guerre-Lavigne. Ze ontpopte zich tot een natuurtalent. Ze heeft prachtige creaties op haar naam.’

‘Ik raakte al snel bevriend met Jean-Michel en Charlotte, Lili’s zoon en dochter. Op mijn achttiende mocht ik kiezen wat ik zou gaan doen. Terugkeren naar België, of in Parijs blijven.’

‘Wilde je niet weten hoe het ons was vergaan?’ vroeg Sophia.

‘Natuurlijk wel. Maar ik was zo vreselijk bang om in een opvangtehuis voor weggelopen kinderen te belanden.’

‘Gina was als een tweede dochter voor mij,’ zei Lili, ‘ik vroeg haar om te blijven tot ze haar opleiding had afgerond. Daarna kon ze de keuze maken of ze zou terugkeren of niet. Spijtig genoeg reisde ze eerst naar Spanje met die donkere jongen. Hoe heette hij ook alweer?’

‘Akil.’

Lili nam plaats naast Gina. ‘Vertel me nu eerst waarom je zolang wegbleef. Ik liet overal navraag doen. Je leek van de aardbol verdwenen.’

Gina vertelde wat haar was overkomen.

Lili luisterde vol afgrijzen. Na afloop sloot ze Gina in haar armen. ‘Ma petite chérie.’ Daarna stond ze op en klapte in de handen. ‘Jullie zien eruit als een stelletje clochards. Jullie gaan naar boven, nemen een bad en trekken verse kleren aan. Zoek maar iets uit. Quel odeur.’

‘Dat kunnen we niet aanvaarden, mevrouw,’ zei René.

‘Mijn beste René. Mijn kasten hangen vol kleren die mijn kinderen nooit hebben gedragen. Ze zijn intussen allebei het huis uit. Sta op.’

Lili draaide hem rond zijn as en bekeek hem van top tot teen. ‘Dit moet wel lukken. Sophia vindt vast ook haar gading. En jouw kamer, Gina, ligt er nog bij als op de dag waarop je vertrok. Toon even de weg. Ik verwacht jullie om acht uur aan tafel. Ik begin alvast met de voorbereidingen.’

Na Lili’s vertrek zei Sophia: ‘Ik begrijp niet waarom je niet terugkwam.’

‘Dames, laten we naar boven gaan,’ zei René.

 

OceanofPDF.com