De Parisienne
Chapitre 11
Je vais, je vais et je viens
Entre tes reins
Serge Gainsbourg, Jane Birkin – Je t’aime moi non plus
De hele voormiddag bleven ze foezelen in bed.
‘Heb je iets eetbaars in de koelkast? Ik verga van de honger.’
‘Niet verwonderlijk. Zoals je tekeergaat.’
Hij sloeg haar met een kussen, waarop ze rollebollend uit bed vielen en verder ravotten op het tapijt. Een half uur later schoot hij in haar veel te krappe kamerjas en liep naar de keuken. Hij bakte vier spiegeleieren, schroeide een paar worstjes en enkele flintertjes spek, zette koffie en roosterde een paar sneden brood. Daarna dekte hij de tafel. ‘Waar blijf je?’
Ze trippelde naar binnen in haar veel te korte witte nachtkleedje met kanten boordsels. Zijn hart smolt. Hij dacht terug aan die keer toen hij in haar wagentje haar benen had zitten begluren.
‘Je kijkt zo raar.’
‘Ik heb zin om in je te bijten.’
‘Waag het niet.’
‘Kom hier, kippetje, ik vreet je op met huid en haar.’ Hij klauwde naar haar als een moordlustige wolf, waarop ze wegvluchtte rond de tafel.
‘Hou op, geilaard,’ schaterde ze.
‘Oké, een andere keer dan.’ Hij trok een stoel van onder tafel. ‘Vous permettez, madame.’
‘Oooo, meneer wordt galant.’
Hij nam een servet en drapeerde ze op haar schoot.
‘Wat ruikt het hier heerlijk. Maakte je ontbijt?’
‘Yep.’
‘Wat lief van je.’
Hij plaatste alles op tafel en schonk koffie.
‘Renééé, wat ben je toch een schat.’
‘Engels ontbijt. Kwestie van op krachten te komen.’
Ze sprong op en gaf hem een kledderige zoen op de mond. ‘Straks bestaan er ook nog goede mannen.’
Ze at zwijgend. Af en toe glimlachte ze en schudde het hoofd, alsof ze niet kon geloven dat een man een maaltijd had bereid voor haar. ‘Wie leerde je koken?’
‘Ikzelf.’
‘Heerlijk.’
‘Hoe was het bij jou thuis?’
‘Vader en moeder waren streng en erg religieus. Ik heb één zus. We moesten allebei voor onderwijzeres studeren. Zij raakte zwanger, ik vloog naar het klooster. Het vervolg ken je.’
‘Zie je hen nog?’
‘Nee. Na mijn vertrek uit het klooster ben ik niet langer welkom. Ook niet bij mijn zus.’
‘Wat spijtig allemaal.’
‘Laten we erover zwijgen. Heb je nog les?’
‘Nee, momenteel lopen de examens, ik doe niet mee. Daarna is het vakantie.’
Na het ontbijt ging ze onder de douche. Hij ruimde af en deed de vaat.
Met een handdoek om het hoofd kwam ze terug. Ze haalde een telefoonregister uit een lade en nam plaats aan tafel. ‘Laten we eens kijken wie er allemaal op Frankrijk rijdt.’
‘Wacht. Ik moet al de hele tijd denken aan Sophia haar vijandig gedrag. Waarom vroeg ze niet verder toen ik zei dat Gina in Parijs woonde?’
‘Daar zeg je wat.’
‘Omdat ze meer weet. Bel haar eens. Ze is allicht gekalmeerd ondertussen.’ Hij gaf haar het briefje van Claudia.
‘Ze is vast nog op school.’
‘Ze hebben examens. Normaal is ze thuis om te studeren.’
Bianca draaide het nummer. Na drie keer bellen werd er opgenomen. Het bleef stil aan de overkant.
‘Hallo, hier Bianca Liefkens. We waren gisteren …’
Een klik en de lijn werd verbroken.
Bianca belde nog eens, maar er werd niet meer opgenomen. Ze flikkerde de hoorn op het toestel. ‘Wat een snertkind.’
‘Zoals ik zei, een uitgekookt kreng.’
‘Probeer later zelf nog eens. Misschien praat ze met jou. Ik houd me bezig met de truckers.’ Na vier telefoontjes vond ze een trucker die de volgende week een passagier wilde meenemen tot over de Franse grens.
‘Ik ben nog nooit op reis geweest,’ zei René.
‘Ook niet op schoolreis?’
‘Jawel. Met de bus. Vijf jaar geleden. Naar Normandië. Naar de stranden van D-Day. Alles werd voor ons geregeld.’
‘En nu moet je zelf alles regelen?’
‘Ja.’
‘Dan gaan we winkelen.’
Ze kocht hem een rugzak met ontelbare vakjes en zakjes, ondergoed, pyjama’s, handdoeken, kleren voor droog weer, kleren voor nat weer, een paar sportschoenen, toiletgerief, schrijfgerief, een wegenatlas, een eerste hulp kit en een Zwitsers zakmes.
‘Moeder gooit me op straat als ze hoort dat iemand kleren voor me koopt.’
‘Zeg gewoon dat je ze kreeg van een lieve kloosterzuster.’
‘Dan wurgt ze me.’
De dagen voor zijn vertrek brachten ze door in een roes. Ze zagen Marathon Man, dronken pinten In ’t Geniep, slenterden door het Patershol, bezochten het Gravensteen, bewonderden het Lam Gods in de Sint Baafskathedraal en aten bij de Chinees op de Korenmarkt. Ze deden boodschappen en hij bereidde haar favoriete gerechten. Ze hadden elkaar voor aperitief, voorgerecht, hoofdgerecht en dessert. Hij zweefde van de ene rozige wolk op de andere en genoot van Bianca als een bruidegom van zijn bruidje tijdens de wittebroodsweken.
‘Bel jij nog eens naar Sophia,’ zei ze bij thuiskomst na een wandeling door het Citadelpark.
Hij belde. Hetzelfde scenario. Iemand nam zwijgend op. Hij zei zijn naam. De lijn werd verbroken. Hij belde opnieuw. De lijn bleef stil. ‘Ik begrijp het niet. Het gaat toch over haar zus.’
‘Spijtig dat Claudia niet opneemt.’
‘Sophia zal haar wel de les hebben gespeld.’ Hij streelde haar hand. ‘Bianca, vanavond ga ik naar huis.’
‘Nee. Blijf nog even. Je maakt me zo gelukkig.’
‘Je moet op zoek naar werk.’
‘Ik heb alle tijd na je vertrek. Nog één nachtje. Ik red het niet zonder jou.’
‘Zonder inkomen moet je hier weg.’
‘Hou alsjeblieft op over dat werk. Blijf je of niet?’
‘Als je het nog één keer mooi vraagt.’
‘Please.’
‘Smeken mag ook.’
‘Ik smeek je.’
‘Op je knietjes.’
Ze gaf hem een klap. ‘Je bent onuitstaanbaar.’
Hij tilde haar op, droeg haar naar de slaapkamer en slingerde haar op bed.
‘Gaan we stoer doen, tijger?’
‘Reken maar.’
Op de trein naar huis zonk de moed hem in de schoenen. Hoe moest hij zijn plan uitleggen aan moeder? En er nog geld voor vragen ook. Bij thuiskomst ging hij recht naar de keuken. Hij wilde er meteen komaf mee maken. Ze stond aan het aanrecht aardappelen te schillen. Hij nam plaats aan tafel en begon door Het Volk te bladeren ‘Waar is Fernand?’
Ze dropte een aardappel in het water. ‘Wie zal het zeggen? Ergens waar er geen werk is. Bij dat vrouwmens in Antwerpen met haar vier kinderen. Vorige week kreeg ik een kaartje uit Athene.’
‘Hij neemt het er wel van.’
‘Ondertussen ploeter ik mij een bult. Ik kom nauwelijks buiten. Ik kan net zo goed een knotwilg zijn.’
‘Ga ook eens op reis. Tegenwoordig zijn er mooie busreizen naar Tirol.’
‘Wie gaat er op het erf passen, de kippen, de konijnen, de schapen?’
‘Ik.’
‘Bij mijn terugkeer liggen ze allemaal dood.’
‘Ma, ik moet je iets vertellen.’
‘Dat klinkt ernstig.’
‘Ga even zitten.’
‘Nu word ik echt ongerust.’
‘Nergens voor nodig.’
Ze droogde haar handen en kwam naast hem zitten aan tafel. ‘En?’
‘Ik heb het verknoeid. Ik ben gebuisd.’
Ze zuchtte. ‘Dat vreesde ik al.’
‘Je deed zoveel moeite voor mij.’
‘Zolang er geen dooien vallen is er niets aan de hand.’
‘Het spijt me.’
‘Het was veel te zwaar voor jou. Studeer volgend jaar iets anders. En doe een vakantiejob. Dan verdien je wat geld terug.’ Ze stond op en wilde verdergaan met aardappelen schillen.
‘Blijf nog even zitten. Er is nog iets. Ik … ik moet er even uit. Mezelf terugvinden.’
‘Wat bedoel je?’
‘Ik wil een tijdje alleen zijn.’
‘Wat wil je dan doen? In een grot gaan wonen?’
‘Ik ga naar Frankrijk.’
‘Wat heb je in Frankrijk verloren?’
‘Maak het niet zo moeilijk.’
‘Ik maak het moeilijk? Je doet een vakantiejob. Punt.’
‘Nee. Ik ga weg.’
‘Wie gaat dat betalen?’
‘Ik ga te voet, ik bedoel, ik ga liften.’
Ze zakte ineen. ‘Mijn jongste zoon is een hippie.’
‘Ik wil nieuwe gedachten krijgen, een nieuw doel vinden in mijn leven.’
‘In Frankrijk ga je dat vinden?’
‘Ja.’
‘En ik moet dat bekostigen? Geld afhalen van je spaarboek doe je niet. Dat is …’
‘… ja, ja, voor als ik trouw.’
‘Vond je weer een kist met geld dan?’
‘Ik leerde iemand kennen.’
‘Een meisje.’
‘Niet echt.’
‘Ach René, wat doe je me toch aan? We hadden in de familie nog nooit iemand … iemand van …’
‘Iemand van wat?’
‘Daarom was die lange Hollander hier.’
‘Waar heb je het in godsnaam over?’
‘Hoe is het mogelijk? Mijn jongste zoon is … hoe zeggen ze dat … van de verkeerde kant.’
‘Denk je … Denk je nu echt … Met Klaas? God verhoede.’
‘Als het geen meisje en geen jongen is, wat is het dan? Een kameel met twee bulten?’
‘Een vrouw. Ze is … ietsje ouder dan ik.’
‘Hoeveel ouder?’
‘Tien jaar.’
Ze schudde haar hoofd. ‘Potverdorie, René. Vind je nou echt niemand van je leeftijd? Wat doet ze voor de kost?’
‘Ze is werkloos.’
‘Mooi. Een profiteur. En zij gaat dat reisje betalen. Of gaat ze mee?’
‘Nee, ik ga alleen.’
‘Heeft ze kinderen?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Een diploma?’
‘Ja, ze is onderwijzeres.’
‘Waarom geeft ze geen les? Ze klagen steen en been om schooljuffen en schoolmeesters.’
‘Ze raakt nergens binnen om les te geven.’
‘Ach, ik begrijp het al. Ze legt het aan met haar leerlingen.’
‘Ma, verdomme, waar blijf je het vandaan halen?’
‘Je trekt op zwerftocht door Frankrijk, op zoek naar jezelf, wat dat ook moge betekenen, en je papt aan met een vrouw die je moeder kan zijn. Goed dat ik neerzit.’ Ze veegde met haar hand enkele broodkruimels op de grond.
‘Ga nou niet overdrijven. Ik ben geen kind meer. Ik word binnenkort eenentwintig.’
‘O. Meneer is ineens volwassen.’
‘Ze is zeer vrijgevig.’
‘Dus zij gaat dat tripje betalen? Werkloos zijnde. Ik weet nog altijd niet wie ze is.’
‘Gewoon een lieve vrouw.’
‘Je doet er eerlijk gezegd nogal geheimzinnig over.’
‘Misschien ken je haar. Ze gaf ooit les in het klooster.’
Ze sloeg een hand tegen haar voorhoofd. ‘Een non? Deel je het bed met een non?’
‘Ze smeet haar kap over de haag.’
‘Mijn zoon, gebuisd tot over zijn oren, hokt samen met een non. Ben je nu helemaal van het Lam Gods geslagen?’
‘Ze is al jaren weg uit het klooster.’
‘Je weet ze toch altijd te vinden. Eerst die geschifte Hollander en nu een geperverteerde werkschuwe non die je kop heeft besmet met smeerlapperij.’
‘Voor de laatste maal, ze is geen non. Ze is gewoon een lieve charmante vrouw.’
Ze sloeg met de vlakke hand op tafel. ‘Die je moeder kon zijn!’
Hij plooide de krant dicht. ‘Dit is te gek voor woorden.’
‘Zit neer! Ik hoorde je laatst bezig tegen die Hollander over Gina. Heeft zij iets te maken met je tripje?’
‘Ja.’
‘De aap komt eindelijk uit de mouw. Je wil haar zoeken. In Frankrijk. Heb ik gelijk?’
Hij knikte. ‘Als ik haar vind, kom ik misschien in het reine met mezelf.’
‘Telkens als dat meisje op de proppen komt, maak je de gekste bokkesprongen. Besef je dat? Weet je waar ze is?’
‘Ik denk in Parijs.’
‘Zeg tegen je non dat ik alles terugbetaal. Nee. Jij betaalt alles terug. Met je vakantiejob.’
‘Ze is niet mijn non!’
‘Hoeveel heeft ze gespendeerd aan jou?’
‘Tweeduizend frank.’
‘Ga je verdorie in smoking naar Frankrijk? Wanneer vertrek je?’
‘Dinsdag.’
‘Kan ik je op andere ideeën brengen?’
‘Nee.’
‘Dan ga ik verder aardappelen schillen. Hoewel ik al lang geen honger meer heb.’
Hij liep naar buiten. Hij ademde diep in en voelde zich honderd kilo lichter.
In de namiddag verscheen Marcel ten tonele. ‘Meneer gaat op reis?’
‘Ja.’
‘Je zou beter wat meer studeren.’
‘Begin ook niet te janken, wil je.’
‘Je breekt moeder haar hart.’
‘Het is niet voor eeuwig.’
‘Ik geloof je niet.’
‘Marcel, ik zweer het.’
’s Avonds bij het afscheid slenterde Mira doelloos rond in de keuken. ‘Wanneer kom je terug?’
‘Geen idee. Als mijn geld op is.’
‘Hier heb je tweeduizend frank voor dat … dat … ontaarde mens, en nog eens drieduizend van mij. Ik wil niet dat je onderweg hongerlijdt. Je betaalt me alles terug.’
‘Ik red me wel.’
‘Zwijg en stop het weg.’
Hij stak het geld in zijn broekzak. ‘Breng je me naar het station?’
‘Marcel brengt je. Kom hier, dromer.’ Ze gaf hem een van haar zeldzame omhelzingen. Daarna liep ze met gebogen hoofd naar haar slaapkamer.
Voor de ingang van het station stak Marcel een priemende vinger voor Renés neus. ‘Als je het waagt om weg te blijven, kom ik je zoeken en schop ik je dwars door Frankrijk naar huis.’
‘Ik begrijp het.’
‘Ik breek je armen en benen.’
‘Auwch.’
‘Ik meen het.’
‘Weet ik.’
Eenmaal in de trein dacht hij terug aan zijn gesprek met moeder. Ze kende nu tenminste de waarheid. De zoektocht naar zichzelf, naar zijn luizige ego dat ten prooi viel aan mislukking en schuld, was een alibi. De zoektocht naar Gina was zijn morele plicht. Hij zou alles op alles zetten. Stel je voor dat ze elkaar terugzagen. Hoe zou ze reageren? Hoe zou ze eruitzien? Zou ze nog een greintje interesse hebben in hem? Of was ze hem al lang vergeten en leefde ze gelukkig in Parijs? Wat als ze haar dromen had waargemaakt en het verleden wilde vergeten? Dan was het maar zo. Dan kon hij er zelf ook een streep onder trekken.
Later schoten hem Bianca’s onheilspellende woorden te binnen, dat Gina misschien in nesten zat, gevallen voor foute mannen, of erger. Hij kreeg nog meer schuldgevoelens, omdat hij haar niet vroeger was gaan zoeken. Uiteindelijk verzoende hij zich met alle tegenstrijdigheden. Hij genoot tenslotte de steun van moeder, een fantastisch lief en een vrijgevige Hollander. Stom dat hij vergeten was moeder de groeten te doen van Lea. Hij zou het zeker doen als hij terugkwam. Hij haalde diep adem. Zijn plan kreeg vaste vorm.
OceanofPDF.com